Op zaterdag 6 juni hebben de graven van Molukse KNIL- en marine-militairen in Capelle aan den IJssel een speciale status gekregen. Het is een lokale vorm van erkenning voor de geschiedenis van deze eerste generatie Molukkers die onvrijwillig naar Nederland werden gebracht. “De erkenning is misschien nog wel het belangrijkste.”
Eerder dit jaar erkende de gemeente Capelle aan den IJssel het leed van de eerste generatie Molukkers.. Burgemeester Manusama en wethouder Geissler hebben zich hard gemaakt voor deze erkenning. “We waren erg blij dat we dit, samen met de steun van de hele gemeenteraad, hebben kunnen realiseren”, aldus Manusama.
Als onderdeel van het lokale eerherstel krijgen graven van Molukse KNIL- en marine-militairen en hun echtgenotes een speciale status met eeuwigdurend grafrecht. Deze graven worden voorzien van speciale insignes en op de begraafplaatsen zijn informatieborden geplaatst. In totaal gaat het om 144 graven verspreid over drie begraafplaatsen. “Zo blijft de geschiedenis zichtbaar”, vertelt Manusama in zijn speech.
Naast de erkenning op de begraafplaatsen komt er op het kerkplein in de Molukse wijk nog een monument met 144 familienamen te staan. Oorspronkelijk zou het monument zaterdag ook geopend worden, maar door de gesloten straat van Hormuz heeft de levering van het granieten monument vertraging opgelopen. “Het monument komt er en daar gaat het om” aldus voorzitter Roy Thenu van het Comité Molukse Grafrechten Capelle.
“Tijd voor officiële excuses”
Voor de Molukse gemeenschap begon de dag met het hijsen van de Molukse vlag, gevolgd door een kerkdienst. Na de dienst was er een kranslegging op het kerkplein waar de burgemeester zijn speech gaf. Na de speech werd er op de begraafplaatsen stilgestaan bij de erkenning.
Bij de kranslegging was ook Edu Latuheru aanwezig. Latuheru is de nog enige levende Molukse KNIL-militair in Capelle aan den IJssel. “We waren heel blij dat hij deze dag nog mee heeft kunnen maken”, laat de burgemeester weten.
Tekst gaat door onder de afbeelding.

De erkenning van de gemeente is mooi, maar in de speech gaf Manusama aan dat het tijd wordt dat er landelijke excuses komen. Op persoonlijke titel heeft Manusama dit ook al met minister-president Jetten besproken. “Het is tijd voor officiële excuses van de Nederlandse Staat.”
Naast erkenning vanuit de Nederlandse overheid, hoopt Manusama op meer. De burgemeester gaf aan meer aandacht in het onderwijs te willen voor de Molukse geschiedenis. “Bovendien zou er meer wetenschappelijk onderzoek moeten komen naar wat er destijds precies gebeurd is en waar het is misgegaan.”
Emotionele erkenning
De burgemeester heeft mooie woorden over de ceremonies op de begraafplaatsen. “Het was een mooie, waardige en emotionele dag.” Die emoties waren ook aanwezig bij Nona Matulessy en Peter Pareira. “Je ziet vandaag veel mensen die je soms jaren niet hebt gezien”, vertelt Pareira over de dag. “Naast het verdriet om het verlies van je ouders geeft dat ook een gevoel van vreugde.”
De vader van mevrouw Matulessy is één van de KNIL-militairen van wiens graf het insigne ontving. “Hij heeft altijd gezegd dat we goed moesten leren”, zegt Matulessy. “Hij zei dat als we ooit terug zouden keren naar de Molukken, we op die manier iets zouden kunnen bijdragen.”
Dat haar vader droomde over een terugkeer, is niet vreemd. “De militairen die voor Nederland hadden gevochten, kwamen naar Nederland met de belofte dat hun verblijf tijdelijk zou zijn en snel zouden terugkeren”, legt burgemeester Manusama uit. Bij aankomst werden ze echter ontslagen. “Dat heeft diepe sporten achtergelaten binnen de Molukse gemeenschap.”
Te laat
Het eeuwige strafrecht komt voor de opa en oma van Distefano Noija te laat. “Hun graf in Oud-Kralingen is inmiddels geruimd”, vertelt hij. De hele dag stond voor Noija in het teken van de nagedachtenis aan de eerste generatie Molukkers, waaronder zijn opa en oma. “Als je van tevoren had geweten dat zo’n monument er zou komen, had je misschien andere keuzes gemaakt.”
Het komen van een monument verzacht de pijn iets bij Noija. “Het is geen plek specifiek voor mijn opa en oma”, licht hij toe. “Maar tegelijkertijd geeft het wel een plek waar je naartoe kunt gaan om te herdenken.”