Inwoners Zuidplas naar gemeentehuis gelokt: “oke, dit is foute boel”

Vrijdagochtend vond de lintjesregen plaats, zo ook in de gemeente Zuidplas. Voor de mensen die het lintje hebben ontvangen, was het een grote verrassing. We spraken met vier van hen over hoe zij het hebben ervaren.

“Het moet nog even indalen”, lacht Laura Vos na het krijgen van het lintje. Als sinds 1985 is zij verbonden aan Scouting Moordrecht. Haar inzet voor de scouting en de kinderen is niet onopgemerkt gebleven, waardoor zij werd benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Ze werd naar Nieuwerkerk meegenomen met het excuus dat ze “wat leuks gingen doen”, maar niet wetende wat. Pas bij de rode loper bij de voorkant van het gemeentehuis kreeg ze door dat er iets niet in de haak was. “Ik houd er niet van om in het zonnetje gezet te worden”, zegt ze. Maar ze bekend dat ze het nog een mooie blijk van waardering vindt. “Ja, natuurlijk! Dit is ongekend…”

Laura Vos had geen idee wat haar overkwam

Ria Koole-Fafianie uit Zevenhuizen werd eveneens benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau voor haar langdurige en onmisbare inzet voor het lokale erfgoed in de gemeente. Zo digitaliseert zij oud beeldmateriaal voor de beeldbank. Ze vertelt al zo’n 25.000 tot 30.000 scans te hebben gedaan en te hebben voorzien van beschrijvingen. “En ik ben nog steeds bezig!” voegt ze er lachend aan toe.

Ze dacht naar het gemeentehuis te komen voor meer werk. “Er werd mij gezegd dat de gemeente de beeldbank zag en deze erg mooi vond, en dat ze nog foto’s of dingen hadden liggen”, legt mevrouw Koole uit. “Of we dat wilden bekijken en of ik meewilde om te vertellen hoelang het zou duren om dat allemaal in te scannen!”

Zelfs toen ze voor het gemeentehuis stond, had ze het nog niet door. “We zagen mensen over de rode loper naar binnen gaan. Ik zei nog: ‘o, het is voor de lintjes’, waarop mijn collega zegt: ‘o, is dat vandaag?’. Vervolgens kom ik in de hal en vraagt een mevrouw of ze me mee mag nemen. En toen stond de burgemeester voor me!” En hoe het voelt om een koninklijke onderscheiding te hebben ontvangen? “Dat voelt heel vreemd, maar het is heel lief”, antwoordt ze.

Nancy Moolenaar-Winderickx en haar man werden allebei benoemd tot Lid

Ook voor Nancy Moolenaar-Winderickx uit Moordrecht kwam de onderscheiding als een totale verrassing. Zij ging naar het gemeentehuis in de veronderstelling dat iemand anders een lintje zou krijgen. “Ik wist totaal nergens van. Eigenlijk pas toen we de zaal binnenliepen en ik mijn naam zag staan, toen had ik zoiets van: oke, dit is foute boel”, lacht ze.

Mevrouw Moolenaar-Winderickx is sinds 2003 betrokken bij tal van verschillende verenigingen op het gebied van EHBO, waar ze verschillende functies vervulde. Ook richtte ze mede de Lotuskring Zuidplas op en organiseerde ze evenementen voor ernstig zieke kinderen. Vanwege haar brede en langdurige inzet werd zij benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Wat haar het meest trots maakt? “Dat al je inzet toch gezien is door mensen.”

Andre van Duivenbode is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Een Nieuwerkerker die zich Ridder mag noemen, is Andre van Duivenbode. In 2001 richtte hij Stichting Dada op, na het overlijden van zijn zoontje met het syndroom van Down. Sindsdien zet hij zich al 24 jaar vrijwillig in om de zorgomgeving voor kinderen in ziekenhuizen te verbeteren.

“Het was een grote verrassing”, vertelt hij over de ontvangst in het gemeentehuis. “Ik zat vanmorgen nog in het vliegtuig na een paar daagjes in Londen. Mijn zoon kwam met ophalen en zei dat hij langs het gemeentehuis moest omdat zijn rijbewijs verlopen was. Ik dacht al: dat klopt volgens mij niet.” Eenmaal bij het gemeentehuis werd zijn gevoel bevestigd.

De onderscheiding noemt Van Duivenbode heel bijzonder, vertelt hij. “Ik vind het ook voor de stichting – niet voor mezelf – een bekroning voor hetgeen dat we gedaan hebben, voor wat we doen, en voor wat we nog willen gaan doen.”

Ondanks de verdrietige aanleiding voor het opzetten van de stichting, blijft de onderscheiding een eer. “Ik heb altijd gezegd: ‘ik begin een stichting, niet voor het verwerken van het verlies, maar omdat ik vind dat het nodig is. Uiteindelijk doe je het onbewust toch samen en dat maakt de dag vandaag bijzonder.”

Ondanks het goede werk dat stichting DaDa doet, kunnen er volgens Van Duivenbode altijd nieuwe stappen worden gezet. “Uiteindelijk is er gewoon geld tekort”, legt hij uit. “Als je ziet wat het met kinderen en ouders doet als je ervoor zorgt dat het allemaal wat dragelijker is, dat de communicatie goed is, en dat ouders bij kinderen kunnen zijn als ze ze nodig hebben… Het is goed dat een stichting – en zo zijn er nog andere stichtingen – die zich daarvoor inzetten en daarin een bijdrage leveren.”

Lees verder over dit onderwerp

Laatste nieuws

Meest gelezen