De gemeente Zuidplas wil inwoners voortaan vooraf duidelijker vertellen waar zij wel en niet invloed op hebben bij gemeentelijke plannen. Ook moet na participatietrajecten beter worden teruggekoppeld wat er met de inbreng van bewoners is gedaan. Wethouder Pien Meppelink hoopt daarmee het vertrouwen in de gemeente te vergroten. “Als niet wordt verteld wat er met die inbreng is gedaan, krijg je het gevoel dat je het voor niks hebt gedaan.”
Participatie is voor Meppelink een onderwerp met een persoonlijke oorsprong. De wethouder vertelt in het radioprogramma IJssel-Nieuws dat zij ongeveer twaalf jaar geleden juist politiek actief werd nadat zij zich als inwoner zelf niet gehoord voelde tijdens een participatietraject. “Ik dacht: dit mag niet de manier zijn waarop we met inwoners omgaan.” Volgens haar is er sindsdien al veel veranderd, maar moet een nieuwe participatieverordening voor een volgende stap zorgen.
Nieuwe participatieaanpak in Zuidplas
Een van de belangrijkste veranderingen moet volgens Meppelink zijn dat inwoners vooraf precies weten hoeveel invloed zij daadwerkelijk hebben. “Waar kun je wel over participeren en waar niet? Wat kan nog veranderd worden en wat niet?” Door daar aan het begin duidelijk over te zijn, moet worden voorkomen dat bewoners veel tijd steken in voorstellen die uiteindelijk helemaal niet uitvoerbaar blijken.
Ook na afloop moet de gemeente meer doen. Participatietrajecten moeten worden geëvalueerd en inwoners moeten kunnen terugzien welke ideeën zijn ingebracht, hoe die zijn afgewogen en waarom bepaalde voorstellen wel of niet zijn overgenomen.
Volgens de wethouder steken inwoners vaak veel tijd in zo’n proces. Ze lezen ingewikkelde stukken en verdiepen zich soms in wet- en regelgeving waar ze normaal helemaal niet mee te maken hebben. “Mensen doen dat omdat ze willen bijdragen. Als je vervolgens niet vertelt wat er met die inbreng is gedaan, snap ik heel goed dat mensen het gevoel krijgen dat het nutteloos is geweest.”
Ook gemeenteraad krijgt meer informatie
Niet alleen inwoners moeten meer terugkoppeling krijgen. Ook de gemeenteraad moet volgens Meppelink beter worden meegenomen in het verloop en de uitkomst van participatietrajecten. Evaluaties moeten daarom ook bij de raad terechtkomen.
Meppelink zat zelf acht jaar in de gemeenteraad (CDA en NEZ) en vertelt dat zij destijds regelmatig zelf naar locaties ging waarover besluiten moesten worden genomen. “Dan belde ik gewoon aan bij mensen en vroeg ik: weet u wat hier gaat gebeuren en wat vindt u daarvan?” Volgens haar kan persoonlijk contact raadsleden helpen om beter te begrijpen wat er onder inwoners leeft.
Een recente bijeenkomst met de gemeenteraad over participatie maakte volgens Meppelink duidelijk dat er verschillend naar de nieuwe aanpak wordt gekeken. Nieuwe raadsleden zagen een deel van de besproken werkwijze vooral als vanzelfsprekend, terwijl langer zittende raadsleden volgens haar juist aangaven dat het een flinke verandering is ten opzichte van het verleden.
Ook eerdere trajecten worden geëvalueerd
De gemeente wil niet alleen nieuwe participatietrajecten volgens deze werkwijze bekijken. Ook processen die al lopen of recent hebben plaatsgevonden moeten worden geëvalueerd. Meppelink noemt in het gesprek onder meer de Regionale Opvang Locatie en de tijdelijke huisvesting van scholen als trajecten die nog worden bekeken.
Daarbij moet uiteindelijk een eindverslag ontstaan waarin staat wat het doel van de participatie was, welke bijeenkomsten zijn georganiseerd, welke inbreng is opgehaald en wat daarmee is gedaan. Bij grotere trajecten moet zo’n verslag openbaar op de gemeentelijke website verschijnen; bij kleinere processen kan het rechtstreeks worden gedeeld met de betrokken inwoners.
————————————————————————————————————————————————————————–
‘Participatie moet doorgaan’
Ook de bezuinigingen waar Zuidplas mee te maken heeft, mogen volgens Meppelink niet betekenen dat participatie stilvalt. De wethouder zegt daarom ook naar eenvoudige en goedkopere manieren te zoeken om met inwoners in gesprek te blijven.
Ze geeft daar zelf een opvallend voorbeeld van. Voor een komende bijeenkomst wil ze met een ambtenaar gewoon de wijk in. “Dan neem ik zelf een klaptafeltje mee en kopen we wat stroopwafels. Ik vind dat participatie door moet gaan.”
Volgens Meppelink moet uiteindelijk vooral binnen de hele gemeentelijke organisatie het besef groeien dat participatie niet iets is wat processen alleen maar ingewikkelder maakt. “Participatie is niet iets lastigs. Het is iets waarmee we besluiten daadwerkelijk beter kunnen maken.”