Vanuit alle windstreken in Nederland kwamen kanoërs op zondag 6 september naar Zevenhuizen. Op de Willem Alexanderbaan stond het Nederlands kampioenschap sprint op het programma. “Het niveauverschil is hier heel groot.”
Een harde wind waait over de Willem Alexanderbaan terwijl het zonnetje doorbreekt. Onder de verschillende tenten keuvelen deelnemers aan het NK Kanosprint met elkaar. Soms worden de gesprekken onderbroken door luid gejuich voor een clubgenoot die op dat moment aan het racen is. De sfeer is voornamelijk gemoedelijk. “We zijn gewoon een hele grote familie”, vertelt Ferry Bon, algemeen voorzitter van het NK. “Tijdens de race is het een individuele sport, maar na het uitstappen zoeken we elkaar op.”
Trainingskamp om bij te praten
Het familiegevoel herkent Selma Konijn. In 2024 was zij actief op de Olympische Spelen in Parijs. Vanwege haar topsportcarrière traint Konijn nu elke dag in Zevenhuizen. “Ik ben daardoor bijna niet op mijn club in De Rijp te vinden”, legt ze uit. “Maar nu heb ik hier weer mijn oude club om me heen.”
Ook Jaco de Harder voelt zich thuis binnen de kanowereld. Drie jaar geleden begon hij met parakanoën. De Harder zit immers in een rolstoel. “We zijn de vrijdag voor het NK met het groepje parakanoërs op een soort trainingskamp gegaan”, vertelt hij. “Daar hebben we lekker kunnen bijpraten, want je ziet elkaar niet zo vaak.” Dat blijft niet beperkt tot Nederlanders onderling. “We hebben een internationaal groepje”, lacht De Harder. “We hebben iemand uit België en uit Frankrijk die meedoet.”
Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Parakanoën groeit langzaam
Marjolein Uitham is trots dat er inmiddels een groep parakanoërs is. “Tien jaar geleden was ik de enige”, vertelt ze. “Dat er nu verschillende disciplines zijn, is geweldig.” Helemaal tevreden is Uitham niet. “Het zou fijn zijn als revalidatiecentra hier meer aandacht aan besteden”, betoogt ze vurig. “Het is toch veel leuker om in een zwembad in een boot te werken aan je buikspieren dan ergens op een matje?”
Dat het mogelijk is dat revalidatiecentra aandacht besteden aan parakanoën, weet De Harder te bevestigen. “Er is een revalidatiecentrum in Utrecht dat dat al doet.” Eén is voor Uitham niet genoeg. “Het parakanoën groeit, maar heel langzaam”, vertelt ze. “Het begint allemaal met aandacht.”
Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Dalend aantal deelnemers
Waar het aantal deelnemers bij het parakanoën groeit, daalt het aantal deelnemers bij het kanoën zelf. “Na de coronapandemie is dat helaas de realiteit”, vertelt Bon. De organisator van het NK vindt het moeilijk om aan te wijzen waar dit door komt. “Misschien dat we te veel in de schaduw staan van het roeien”, denkt hij hardop. “Daarnaast zien veel mensen het als een vakantiesport.”
Konijn vindt het ook moeilijk om de vinger op de zere plek te leggen. Volgens haar zou het weleens aan een hogere prestatiedruk kunnen liggen. “Toen ik jong was, stond het kamperen, fikkie stoken en tikkertje spelen centraal”, blikt Konijn terug. “Nu heb ik het idee dat kinderen zich afvragen of ze wel goed genoeg zijn om mee te doen.”
Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Weinig aandacht voor kanoën
Ook de bekendheid van de sport kan een invloed hebben. Er staan veel mensen langs de kant, maar dat zijn vooral familieleden of kennissen van de deelnemers. Hardlopers, wandelaars of wielrenners passeren de baan, maar blijven niet kijken. Bon is niet verbaasd. “Ik had vorig jaar bij de start een gesprek met een bewoner van de huizen hierachter. Hij vroeg zich af wat al die kano’s hier deden. Ik heb toen met hem gepraat, maar na vier races is hij weer naar huis gegaan.”
Aandacht vanuit de media kan helpen om de sport populairder te maken. Bon vindt het dan ook jammer dat de NOS tijdens de Olympische Spelen in 2024 bijna geen aandacht heeft gegeven aan de prestatie van Konijn samen met haar partner Ruth Vorsselman. “We stonden toen voor het eerst sinds een hele lange tijd (1992, red.) op de Olympische Spelen met kanoën, maar omdat we geen medailles hebben gehaald, was er bijna geen aandacht.”
Konijn kan zich vinden in de woorden van Bon. “Nederland heeft gewoon veel sporten waar medailles mee worden gewonnen”, vertelt ze. “Ik denk niet dat er snel een sport wordt uitgezonden waar geen medaille wordt gewonnen.” Aan Konijn en Vorsselman de taak om dat in 2026 in Los Angeles te veranderen. “Daar gaan we wel voor”, lacht ze.
Het NK blijft prestigieus
Om dit doel te bewerkstelligen is de kanosport in Nederland door de jaren heen aan het professionaliseren. Waar voorheen de positie van bondscoach werd vervuld door een vrijwilliger, is sinds 2024 de Poolse trainer Zdzislaw Szubski in dienst bij de bond. Onder zijn leiding kwalificeerde het duo zich voor Parijs.
Tijdens het NK doet Konijn op alle afstanden mee. “Het niveauverschil is hier wel groot”, vertelt Konijn. “Er zijn mensen hier die dit jaar voor het eerst kanoën, terwijl ik het al twintig jaar doe.” Het duo Konijn en Vorsselman wint dan ook de meeste races. Op de 500 meter was het verschil met de nummer twee 14 seconden. Desondanks vinden de meeste deelnemers het toch leuk dat ze meedoen. “Sommigen balen dat je golven maakt, maar de meesten vinden het geweldig om het tegen een Olympiër op te nemen.”
Konijn was actief op wereld- en Europese kampioenschappen en op de Olympische Spelen. Het is logisch om te denken dat een NK met amateursporters dan wat lager in aanzien staat. “Er is heel erg veel prestige voor mij om hier alsnog te winnen”, spreekt Konijn dit beeld tegen. “Ik wil het seizoen goed afsluiten, zeker omdat mijn familie en buren komen kijken.”

Bekijk hier alle uitslagen van het NK Kanosprint.