Bijna dertig jaar lang zat een belangrijk Europees hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Capelle

Voor miljoenen mensen staan de beelden nog altijd op het netvlies. Velen weten 25 jaar later nog precies waar ze waren toen het tweede vliegtuig zich in de toren van het World Trade Center boorde. De eerste toren stond al in brand. Televisiecamera’s waren op Manhattan gericht toen plotseling een tweede passagiersvliegtuig in beeld verscheen. Enkele seconden later boorde het zich in de zuidelijke toren. In één klap verdween iedere twijfel: dit was geen ongeluk, maar een aanslag. 

Vandaag is het precies 25 jaar geleden dat de aanslagen van 11 september 2001 de wereld op zijn kop zetten. Vier passagiersvliegtuigen werden gekaapt. Twee toestellen vlogen in de torens van het World Trade Center, een derde trof het Pentagon en een vierde stortte neer in Pennsylvania. Bijna 3.000 mensen kwamen om het leven.

Terwijl de wereld die dag naar de afschuwelijke beelden uit New York keek, veranderde ook aan het Leylantseplein in Capelle de situatie. De beveiliging rond het gebouw waar tegenwoordig het Ondernemershuis is gevestigd, werd aangescherpt. Wat veel Capellenaren vandaag de dag misschien niet meer weten, is dat daar jarenlang een belangrijk Europees hoofdkwartier van het Amerikaanse leger zat. Achter een hek, bewaakt door gewapende Amerikaanse militairen, bevond zich het Europese hoofdkwartier van het Military Traffic Management Command (MTMC).

Vanuit Capelle werd een belangrijk deel van de Amerikaanse militaire logistiek in Europa, het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten gecoördineerd. Toch konden de Amerikanen er volgens Paul Weijling van de Historische Vereniging jarenlang betrekkelijk onopvallend hun werk doen. Capellenaren reden langs het gebouw, winkelden in de buurt en de plaatselijke brandweer speelde zelfs sportwedstrijden tegen de Amerikanen. “Ze konden in Capelle vrij anoniem opereren”, vertelt Weijling.

Na de aanslagen van 11 september 2001 veranderde dat beeld. Wereldwijd werd de beveiliging rond Amerikaanse locaties aangescherpt en ook het MTMC-complex in Capelle kreeg extra bescherming. Rond het terrein verschenen nieuwe beveiligingsmaatregelen en voor voorbijgangers werd ineens veel zichtbaarder dat achter de hekken geen gewoon kantoorgebouw stond.

Een kwart eeuw na de aanslagen duikt CKZ Vandaag in het opmerkelijke en inmiddels bijna vergeten verhaal van het Amerikaanse militaire hoofdkwartier midden in Capelle.

De eerste paal van het gloednieuwe Military Traffic Management Command (MTMC) werd op 30 september 1981 in de grond geslagen
De eerste paal van het gloednieuwe Military Traffic Management Command (MTMC) werd op 30 september 1981 in de grond geslagen – Foto uit het archief van de Historische Vereniging Capelle.
Hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Capelle

De Amerikaanse militaire aanwezigheid in deze regio begon al ruim voor de komst naar Capelle. Rotterdam speelde vanwege de haven een belangrijke rol in de Amerikaanse militaire logistiek in Europa. In 1970 werd het Europese hoofdkwartier van de transportorganisatie vanuit het Duitse Bremerhaven naar Rotterdam verplaatst.

Toen duidelijk werd dat de Amerikanen daar op termijn moesten vertrekken, werd gezocht naar een nieuwe locatie. Die werd gevonden in Capelle. Begin jaren tachtig verrees daar een nieuw complex en in juli 1983 werd het Europese hoofdkwartier van MTMC officieel in Capelle gevestigd.

Het gebouw was bepaald geen klein kantoor. Uit berichtgeving uit die tijd blijkt dat het complex duizenden vierkante meters groot was en meerdere verdiepingen telde. Naast de vele kantoorruimtes waren er onder meer sport- en gemeenschappelijke voorzieningen.

Maar er waren ook ruimtes die duidelijk maakten dat hier geen doorsnee organisatie zat. Zo bevonden zich in het gebouw een beveiligingsruimte en een communicatiecentrum. Volgens berichtgeving van het Reformatorisch Dagblad uit augustus 1983 was dat laatste slechts voor een beperkt aantal mensen toegankelijk, omdat er ook geheime militaire berichten werden verwerkt.

Aan de buitenkant was nauwelijks te zien dat hier een belangrijk onderdeel van het Amerikaanse leger gevestigd was. Wel herinnert Weijling zich het hek rond het terrein en de militairen die er de wacht hielden.

Wat gebeurde er achter de hekken?

De aanwezigheid van de Amerikanen zorgde vanaf het begin ook voor vragen en protest. Rond de komst van het hoofdkwartier werd er door vredesactivisten gedemonstreerd. In de jaren van de Koude Oorlog bestond vooral bezorgdheid over de rol die het gebouw mogelijk zou spelen bij Amerikaanse militaire operaties en de aanwezigheid van kernwapens in Europa.

Het MTMC-complex zelf was echter geen kazerne vol tanks, raketten en munitie. Het belangrijkste werk gebeurde juist achter de bureaus. Het Military Traffic Management Command hield zich bezig met het organiseren en coördineren van militaire transporten. Amerikaanse militairen, voertuigen, containers, onderdelen, voorraden en ander materieel moesten vanuit havens en andere logistieke knooppunten op de juiste plek terechtkomen.

Daarbij speelde de Rotterdamse haven een belangrijke rol. Vanuit Capelle werd de logistiek rondom dergelijke transporten gecoördineerd en begeleid. De schaal daarvan was groot. MTMC Europe had uiteindelijk bemande locaties in elf landen in Europa, het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten. De havens waarvoor het Europese commando verantwoordelijk was, verwerkten gezamenlijk jaarlijks meer dan drie miljoen ton vracht.

Ook tijdens grote NAVO-oefeningen was de organisatie actief. Wanneer Amerikaanse troepen en zwaar materieel naar Europa werden gebracht, moest worden geregeld dat alles vanuit de havens verder kon worden vervoerd. Een aanzienlijk deel van de coördinatie daarvan vond plaats vanuit het gebouw in Capelle.

Amerikaans militair materieel wordt in 1991 in Vlissingen gelost van het vrachtschip Cape Diamond tijdens NAVO-oefening Reforger ’91.
Amerikaans militair materieel wordt in 1991 in Vlissingen gelost van het vrachtschip Cape Diamond tijdens NAVO-oefening Reforger ’91.

Basketballen tegen de Amerikanen

Ondanks die serieuze militaire taak bestond de Amerikaanse aanwezigheid niet alleen uit beveiliging, militaire documenten en internationale transporten. Er waren ook heel gewone contacten tussen de Amerikanen en Capellenaren. Weijling maakte dat zelf mee bij de brandweer, waar hij destijds werkte. De Capelse brandweerlieden namen het zo nu en dan sportief op tegen een Amerikaans team. Er werd onder meer gevoetbald, gevolleybald en gebasketbald. Vooral dat laatste bleek volgens hem geen eenvoudige opgave. De Amerikanen waren bij het basketballen meestal een maatje te groot.

Ook in Capelle verandert het straatbeeld

De gevolgen van de aanslagen op 11 september 2001 waren vrijwel onmiddellijk wereldwijd merkbaar. Ook in de regio Rotterdam werden Amerikaanse locaties extra in de gaten gehouden. Het Reformatorisch Dagblad meldde op 11 september 2001 dat de politie Rotterdam-Rijnmond de surveillance bij Amerikaanse objecten had aangescherpt. Ook het militaire complex in Capelle werd daarbij genoemd. Extra vaste politiebewaking kwam er niet, omdat het MTMC volgens de politie al over eigen beveiliging beschikte.

Volgens Weijling veranderde de beveiliging rondom het gebouw daarna ook zichtbaar. Rond het pand en de parkeerplaats werden vangrails geplaatst om het terrein beter af te schermen. Waar winkelend publiek voorheen langs een vrij onopvallend Amerikaans kantoor liep, kreeg het complex ineens een ander aanzien.

Van vredestijd naar oorlog

Ook achter de schermen veranderde er na 11 september veel. MTMC maakte deel uit van het grotere Amerikaanse U.S. Transportation Command (USTRANSCOM), dat wereldwijd verantwoordelijk was voor het verplaatsen van militair personeel en materieel. In een verklaring aan de Amerikaanse Senaat, ruim een maand na de aanslagen, werd het MTMC genoemd als het onderdeel dat het transport over land en via havens verzorgde. Volgens diezelfde verklaring hadden de gebeurtenissen van 11 september het belang en de urgentie van die militaire transporttaak sterk vergroot.

Dat werd al snel zichtbaar. Op 7 oktober 2001 begonnen de Amerikaanse militaire operaties in Afghanistan. Twee jaar later, op 20 maart 2003, volgde de invasie van Irak. Ook MTMC zelf schaalde in die periode flink op. Na 11 september schaalde MTMC zijn werkzaamheden flink op. Reservisten werden opgeroepen en speciale transportteams ingezet om de verplaatsing van Amerikaanse militairen en materieel te ondersteunen. Tussen oktober 2002 en mei 2003 ondersteunde MTMC de operaties in Afghanistan en Irak. In die periode werd volgens de organisatie meer dan 15 miljoen vierkante voet aan militaire vracht verwerkt via zestien zeehavens en andere logistieke locaties wereldwijd.

Dat geeft een beeld van de schaal waarop de organisatie na 9/11 opereerde. Ook de Amerikaanse Transportation Corps beschrijft dat de focus na 11 september sterk verschoof naar de oorlogen in Afghanistan en Irak en dat transporteenheden een grote rol speelden bij het aanvoeren en blijven bevoorraden van Amerikaanse troepen.

Hoe groot de directe rol van het kantoor aan het Leylantseplein na 11 september precies was, is uit de beschikbare documenten niet op te maken. Zo is niet bekend welke afzonderlijke transporten voor Afghanistan of later Irak daadwerkelijk vanuit Capelle zijn aangestuurd. Ook is niet gedocumenteerd wat zich op 11 september zelf achter de hekken van het hoofdkwartier afspeelde.

Het Europese hoofdkwartier van het Amerikaanse Military Traffic Management Command (MTMC) aan het Lylantse Plein in Capelle aan den IJssel, gefotografeerd in 1986.
Het Europese hoofdkwartier van het Amerikaanse Military Traffic Management Command (MTMC) aan het Lylantse Plein in Capelle aan den IJssel, gefotografeerd in 1986.
Actievoerders aan de poort

Ruim anderhalf jaar na de aanslagen kwam de internationale politiek letterlijk tot aan de hekken van het Capelse complex. Begin 2003 liepen de spanningen rond Irak snel op. De AIVD schreef eind februari dat de spanning rond Irak “naar een climax” groeide en dat de gevolgen van de crisis ook in Nederland steeds tastbaarder werden.

Ook bij het hoofdkwartier in Capelle vonden zich situaties voor. Op 25 februari 2003 voerden actievoerders actie bij het MTMC-complex. Uit een politierapport uit die tijd blijkt dat rond 08.00 uur bij verschillende uitgangen een tiental demonstranten aanwezig waren. Zeven van hen hadden zich vastgeketend aan de toegangshekken. Rond 10.20 uur werden zij losgeknipt en aangehouden wegens verstoring van de openbare orde.

Het was niet de eerste keer dat het Amerikaanse complex in Capelle doelwit werd van protest. Al bij de officiële opening in 1983 demonstreerden onder meer het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) en actiegroep Onkruit bij het gebouw. Volgens het Reformatorisch Dagblad gebeurde dat met spandoeken, een vredeskrans en een dodenmars. De actievoerders maakten zich destijds zorgen over de Amerikaanse militaire aanwezigheid en over wat er precies achter de hekken van het complex gebeurde.
In 2003 was ondertussen ook de beveiliging rond het MTMC flink opgeschroefd.

Uit een officieel verslag van het ministerie van Defensie blijkt dat de Koninklijke Marechaussee bij het complex aanvankelijk Permanent Toezicht uitvoerde vanwege de Amerikaanse militaire operaties rond Irak. Ook in woongebieden van Amerikaans militair personeel in Capelle werd verscherpt rijdend toezicht gehouden. Later dat jaar werden de maatregelen rond het MTMC weer afgebouwd.

Bijna dertig jaar Amerikanen in Capelle

De Amerikaanse transporteenheid bleef na 11 september nog jarenlang in Capelle gevestigd. Op 1 januari 2004 veranderde de naam van het Military Traffic Management Command in Military Surface Deployment and Distribution Command (SDDC). Volgens het Amerikaanse leger sloot die nieuwe naam beter aan bij de steeds grotere rol van de organisatie bij het wereldwijd verplaatsen en distribueren van militair materieel.

Op termijn voldeed het gehuurde kantoorgebouw in Capelle niet meer aan de aangescherpte Amerikaanse veiligheidseisen. Volgens het Nederlandse ministerie van Defensie kon de locatie daar ook niet voldoende aan worden aangepast. Daarom ontstond een plan om de Capelse SDDC-eenheid te verhuizen naar een terrein naast de Van Ghentkazerne in Rotterdam. Het Nederlandse ministerie van Defensie zou vanuit die kazerne voor de beveiliging zorgen. In de zomer van 2010 werd zelfs een overeenkomst voor de verhuizing gesloten.

Maar de Amerikanen veranderden van koers. In april 2011 werd Nederland meegedeeld dat de eenheid om financiële en veiligheidsoverwegingen naar Duitsland zou worden verplaatst. Een jaar later werd definitief duidelijk dat de verhuizing naar Rotterdam niet doorging. Het Amerikaanse leger maakte bekend dat het hoofdkwartier van de 598th Transportation Brigade en het 838th Transportation Battalion naar de militaire gemeenschap rond Kaiserslautern (Duitsland) zouden vertrekken.

Daarmee kwam in 2012, na bijna dertig jaar, een einde aan de Amerikaanse militaire aanwezigheid aan het Lylantse Plein. Het vertrek had ook gevolgen voor Nederlandse werknemers. Op de locatie werkten 86 Nederlandse burgerambtenaren in dienst van het Nederlandse ministerie van Defensie. Ongeveer twintig functies zouden naar verwachting in Rotterdam behouden blijven voor de havenoverslag van Amerikaans materieel en goederen.

Waar ooit Amerikaanse militairen de wacht hielden en internationale militaire transporten werden gecoördineerd, is vandaag de dag weinig meer van die geschiedenis te zien. Het complex aan het Lylantse Plein kreeg na het vertrek van de Amerikanen een nieuw leven als het Ondernemershuis. Na een grote brand in 2021 werd het pand in 2022 en 2023 herbouwd en vernieuwd.

Door brand verwoest Ondernemershuis wordt in volle glorie hersteld

Lees verder over dit onderwerp

Laatste nieuws

Meest gelezen